Drugs aan boord?

Drugs aan boord?

Mijn Verwisseling heeft een zeer gevarieerde lading gehad. Voor ik met passagiers ging zeilen, vervoerde het bijna honderdjarige schip onder meer hooi, mest, turf en kolen. Verdovende middelen waren er voor zover ik weet niet bij, al was dat misschien wel lucratief geweest. Ik ga dat criminele pad in ieder geval niet bewandelen, ben net iets te veel aan mijn vrijheid gehecht.

Maar… zo’n 275 jaar geleden werd er volop opium geladen, vervoerd en gelost – en daar was niets illegaals aan. Door mijn werk als gids in het Scheepvaartmuseum weet ik dat de Verenigde Oost-Indische Compagnie via de ‘Sociëteit tot den Handel in Amphioen’ in opium handelde. In 1745 kreeg deze sociëteit, waarvan de vennoten allen VOC-bestuurders waren, voor 10 jaar het alleenrecht op de verkoop van opium op Java. Daar werd goed geld aan verdiend.

Een week gelden bezocht ik het Maritiem Museum in Rotterdam en daar kwam ik nog meer te weten. Opium werd geproduceerd in Bengalen, het gebied dat tegenwoordig Bangladesh en de Indiase provincie West-Bengalen omvat. Toen de Engelsen deze streek veroverden, dwong de Britse Oost Indische Compagnie meteen het alleenrecht op de opiumhandel af.
Met speciaal uitgeruste schepen, de zogenaamde ‘opiumklippers’, werd de opium naar onder meer China vervoerd. De handel was goed, het gevolg minder: halverwege de 19e eeuw waren miljoenen Chinezen aan opium verslaafd.

Neem ook een kijkje in het Maritiem Museum: www.maritiemmuseum.nl. Daar vind je onder andere de litho van de Engelse opiumklippers ‘Thunder’ en ‘Lightning’ die op de foto staat.