“Zij was alleen aan dek, zij stond AAN het roer”

“Zij was alleen aan dek, zij stond AAN het roer”

Het is deze week Boekenweek met als thema ‘De moeder, de vrouw’, naar een gedicht van Martinus Nijhoff. Naast dat er veel onvrede was over het feit dat het boekenweekgeschenk door een man geschreven is en het beeld dat geschetst wordt van ‘de vrouw’ een ouderwets beeld (jaren vijftig) is, bestaat er ook controverse over de tekst van het gedicht zelf. Stond de vrouw nu ‘bij’ of ‘aan’ het roer? Het zal je niet verbazen dat mijn voorkeur naar het laatste uitgaat. Dat maakt haar een stuk krachtiger en zelfstandiger.

De moeder, de vrouw.

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ‘t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond AAN ‘t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.